Manifest BVP 

 

 

Minister en NIP: maak af wat jullie in 2003 hebben laten liggen!

Maak de psychotherapeut specialist

NU!

 

 

 

Een klinisch-psycholoog tegen een lid van de BVP: “ik begrijp jullie volledig! Ik heb zowel mijn registratie als gezondheidszorgpsycholoog als die van klinisch-psycholoog in de schoot geworpen gekregen louter op basis van mijn opleiding tot psychotherapeut in de jaren negentig en mijn werkervaring. En omdat ik toevallig wél psychologie gedaan had. Als ik bijvoorbeeld sociale wetenschappen of geneeskunde had gestudeerd, was ik nu alleen psychotherapeut. Ik mag mij nu klinisch-psycholoog en daarmee specialist noemen, maar ik heb exact dezelfde opleiding als een collega die vanuit een andere discipline psychotherapeut is geworden en nu géén specialist is.

 

 

GGZ-veld ondoorzichtig en te complex door positionering psychotherapeut.

Vriend en vijand zijn het eens: de beroepenstructuur van professionals in de GGZ is ondoorzichtig, onlogisch en onduidelijk. Dat vinden wij ook. De oorzaak hiervan is voornamelijk de – foute – inbedding van het beroep psychotherapeut in de Wet BIG: als basisberoep en als aparte kolom. Gevolg van deze ondoorzichtigheid is niet alleen dat patiënten en zelfs andere professionals (huisartsen!) meestal niet goed weten wat het verschil is tussen een Gezondheidszorg-psycholoog (GZ), klinisch-psycholoog (KP) en Psychotherapeut (PT). Maar ook dat de GGZ-beroepen niet “staan als één huis” met als gevolg dat er enerzijds onderlinge strijd is en anderzijds – mede door die strijd – de positionering naar buiten (verzekeraars, politiek) veel minder sterk is dan wenselijk en mogelijk. Bij artsen en medisch-specialisten is het duidelijk: daar is de KNMG de aangewezen partij. Bij de GGZ had dat al lang het NIP c.s. kunnen zijn… maar helaas is het zo niet gelopen. Door kortzichtigheid van een deel van de toenmalige NIP-bestuurders1, een gemiste kans. Maar het kan nog steeds. En zelfs snel en eenvoudig. Lees hierna waarom en hoe.

 

PT-er met psychologie als vooropleiding kreeg de GZ-registratie cadeau!

Bij de onjuiste positionering van de psychotherapeut is het niet gebleven. Ter gelegenheid van de totstandkoming van de Wet BIG en daarmee van de introductie van het basisberoep GZ-psycholoog in 1998 werd een overgangsregeling in het leven geroepen. Die regeling was er in principe op gebaseerd dat iedereen met voldoende opleiding en ervaring automatisch ingeschreven zou kunnen worden als GZ-psycholoog2. Iedereen die toen psychotherapeut was (op basis van het besluit Psychotherapeut 1986) kwam voor de overgangsregeling in aanmerking, behalve diegene die niet de universitaire studie psychologie, andragogie of gezondheidswetenschappen als vooropleiding had!

Het gemaakte onderscheid was zowel onrechtmatig (het is discriminatie om onderscheid te maken binnen een beroepsgroep: op basis van zijn diploma dient iedere psychotherapeut beschouwd te worden te functioneren op eenzelfde niveau). Maar ook feitelijk is het niet verdedigbaar. En dat zit zo:


Onterecht, want voorkennis is belangrijker dan vooropleiding voor PT-er.

Er is onderscheid tussen vooropleiding3 en voorkennis: de wet schrijft voor wie aan de opleiding tot psychotherapeut kunnen beginnen. De eis blijft echter niet beperkt tot welke vooropleidingen toegang geven tot de opleiding, maar specificeert vervolgens een tiental onderdelen die een kandidaat op doctoraal niveau met succes moet hebben afgerond. Deze onderdelen vormen de kern van het beroep PT-er en zijn om die reden veel belangrijker dan de (naam van) vooropleiding zelf. Een voorbeeld: je kunt psychologie gestudeerd hebben met als richting Arbeid en Organisatie, waarbij je (vrijwel) geen enkel voorgeschreven onderdeel in je doctoraalpakket had. Je kon en kan dan niet op basis van de psychologiestudie aan de opleiding tot PT-er beginnen.

Het gaat dus eigenlijk niet om de vooropleiding, maar primair om de voorkennisEn die is voor alle psychotherapeuten gelijk voor wat betreft de voor het vak relevante onderdelen. Daarom is het maken van het onderscheid ook feitelijk niet verdedigbaar.

De psychotherapeuten die door de toegepaste discriminatie geen GZ-psycholoog konden worden, maakten er op dat moment niet al te veel ophef over: wat was immers de meerwaarde van een registratie die geacht werd op een lager niveau te staan dan dat van de psychotherapeut? De angel van deze onrechtmatige manoeuvre kwam echter enkele jaren later….

 

Minister in 2003: “alle PT-ers worden specialist boven GZ-psycholoog”.

Eerst een stukje geschiedenis: als het aan de (toenmalige) Minister had gelegen waren de eerder genoemde problemen al rond de eeuwwisseling opgelost: hij wilde bovenop het basisberoep van GZ-psycholoog een nog in te stellen specialisme klinisch-psycholoog erkennen, mits alle psychotherapeuten “middels een zeer soepele overgangsregeling” daar zouden kunnen instromen. Vervolgens kon het psychotherapeutregister opgeheven worden. En zou de psychotherapeut op de plek komen waar die hoort: als art. 14 Wet BIG-specialisme. De Minister stelde dit voor omdat iedereen het er over eens is dat psychotherapeutisch behandelen een specialistisch beroep is, terwijl bereikt zou worden dat er nog maar één GGZ-kolom zou resteren.

Het veld ging er vanuit dat er een valide oplossing gevonden was. Alle RINO-opleidingen tot psychotherapeut waren al stopgezet, waardoor er vijf jaar geen psychotherapeuten zijn opgeleid.

Maar het liep anders…

 

Het NIP ging dwars liggen en de Minister liet bijna alles bij het oude.

Het liep anders omdat opeens (een kleine groep binnen) het NIP dwars ging liggen. Men wilde niet dat er een soepele overgangsregeling zou komen en daarnaast wilde men uitsluitend psychotherapeuten met als vooropleiding psychologie toelaten. Alle overige psychotherapeuten moesten als het aan het NIP lag maar in een sterfhuisconstructie achterblijven. Het NIP toonde zich onverschillig voor het lot van de overige psychotherapeuten.

De BVP kwam in actie en formuleerde een reeks van juridische argumenten waarom het voorstel van het NIP c.s. niet kon en mocht. De BVP stond in de startblokken om te gaan procederen.

De Minister volgde onze redenering in de wetenschap dat het plan van het NIP bij de rechter geen stand zou houden, tenzij de overheid een forse schadevergoeding zou betalen aan de achterblijvende psychotherapeuten.

Voor de Minister ontstond het probleem dat hij wel iedere psychotherapeut met één pennenstreek gz-psycholoog kon maken (ongeacht de vooropleiding!), maar dat hij ze niet kon laten instromen in het specialistenregister: de Wet BIG is zo ingericht dat de Minister wel toestemming moet geven voor het instellen van een (nieuw) specialisme, maar toelating tot dat register geschiedt door de beroepsgroep zelf! Eind 2003 besloot de Minister om alles bij het oude te laten. Helaas nam hij wel het (juridisch aanvechtbare) besluit om het specialisme klinisch-psycholoog goed te keuren.

 

PT-er met psychologie als vooropleiding krijgt vervolgens ook KP-registratie cadeau!

… want in 2005– toen het specialisme Klinisch-psycholoog definitief werd ingesteld – kwam er weer een overgangsregeling4. Iedereen die GZ-psycholoog was en psychotherapeut kon (met voldoende werkervaring) zonder enige extra inspanning instromen in het KP-register. Het is begrijpelijk dat collega’s dat in grote getale gedaan: in 2006, het eerste jaar dat het register KP was opengesteld zijn er 1.902 KP-ers geregistreerd… waarvan 1.590 op basis van hun registratie als psychotherapeut. We spreken hier over 85 % van alle toenmalige KP-ers!

In de jaren daarna is er nog een hele groep psychotherapeuten ingestroomd die het “bijna” cadeau hebben gekregen: zij hadden nog onvoldoende werkervaring en moesten alsnog enige extra scholing volgen, met name op diagnostisch gebied. Nu (mei 2017) zijn er 2.069 KP-ers, waarvan er 1.769 tevens psychotherapeut zijn. Dus nog steeds ruim 85 %. Dit betekent dat de overgrote meerderheid van de huidige generatie klinisch-psychologen dus dezelfde vooropleiding heeft als de psychotherapeuten die géén KP-er zijn.

 

In praktijk niet of nauwelijks werkonderscheid tussen KP-er en PT-er.

En dat brengt ons op het volgende punt: het verschil tussen een KP-er en een psychotherapeut in de praktijk.  Onze stelling is dat er nauwelijks een verschil is. Voor wat betreft de vrijgevestigden is er helemaal geen verschil. Zij behandelen dezelfde soort patiënten op dezelfde wijze en zijn beiden per definitie hoofdbehandelaar. Gelet op de hierboven geschetste geschiedenis is dat ook logisch en niet verwonderlijk. Als er wel verschil is, is dat alleen in sommige (grotere) instellingen: daar heeft een KP-er vaker een managementfunctie en/of houdt zich bezig met complexere diagnostiek en onderzoek. Bij instellingen zien we overigens ook een verschil in salariëring: sommige schalen de PT-er gelijk met een GZ-psycholoog en sommige hanteren het oude regime en delen de PT-er in op dezelfde (hogere) schaal als een KP-er.  Wij horen wel eens geluiden van sommige KP-ers (overigens nooit vrijgevestigden) dat zij “veel hoger zijn opgeleid en veel ingewikkelder en zwaarder werk doen” dan een PT-er. Dat is dus niet juist.

Als deze groep KP-ers blijft volhouden dat er wel degelijk verschil is in de uitgevoerde werkzaamheden,  roepen wij op tot het instellen van een veldonderzoek om die verschillen in kaart te brengen!

 

Oplossing: nieuw specialisme psychotherapeut boven GZ-psycholoog, en…..

Al het voorgaande neemt niet weg dat wij wel zien dat een recent opgeleide KP-er een andere opleiding heeft genoten dan de psychotherapeut, alsmede dat er KP-ers  zijn die ambities (op het managementvlak of onderzoeksvlak) hebben die niet de drijfveren van de doorsnee psychotherapeut - de behandelaar pur sang - zijn.

Dit maakt dat wij niet (meer) achter het oorspronkelijke plan staan om van alle psychotherapeuten klinisch-psychologen te maken. Wij denken in plaats daarvan dat er in de toekomst ruimte is om naast het specialisme klinisch-psycholoog een nieuw specialisme te creëren: dat van de psychotherapeut als specialist. Waarbij het onderscheid tussen beide specialismen is dat de psychotherapeut zich bezig houdt met specialistische behandeling en de klinisch-psycholoog zich manifesteert als manager, onderzoeker en gespecialiseerd diagnosticus.

Wij roepen dan ook op tot instelling van een specialisme ‘psychotherapeut’, met daaraan onlosmakelijk verbonden een overgangsregeling voor alle huidige psychotherapeuten. Deze combinatie van maatregelen kan leiden tot snelle sluiting van  het huidige artikel 3-register psychotherapeut.

Het effect van deze ingreep is dat ten eerste de psychotherapeut op de juiste plaats wordt ingebed in de Wet BIG: als specialist. Daarnaast wordt de beroepenstructuur in één klap eenduidiger en overzichtelijker: de GZ-psycholoog is het basisberoep en daarboven komen alle specialismen. Verder maakt dit dat er ook nog maar één koepel hoeft over te blijven: het NIP c.s. Met alle voordelen van dien. De BVP zal na uitvoering van het geschetste plan zichzelf opheffen….

 

… alle huidige psychotherapeuten stromen zonder uitzondering in dit nieuwe register!

De enige eis die wij als BVP stellen is dat er een “zeer soepele overgangsregeling” komt voor alle huidige psychotherapeuten! Juridisch is er wat dat betreft geen verschil met de situatie rond 2003. Het uitgangspunt is eenvoudig: het is juridisch niet verdedigbaar en houdbaar om een hoog opgeleide, bevredigend functionerende  professional te dwingen om extra scholing te volgen enkel en alleen om hetzelfde werk te mogen blijven uitoefenen als waarvoor hij aanvankelijk was opgeleid!

 

Wat betekent dit in de praktijk? Eenvoudig: de Minister kan met één pennenstreek alle psychotherapeuten van rechtswege in laten schrijven in het BIG-register GZ-psycholoog. Die bevoegdheid heeft de Minister en er is ook een precedent5. Vooraf is door het FGzPt reeds een nieuw specialisme gecreëerd: de psychotherapeut. Voor registratie als specialist wordt (net als in 2005 bij het instellen van het specialisme KP) een overgangsregeling vastgesteld, inhoudend dat iedereen die als psychotherapeut is geregistreerd zich zonder meer in dit specialisme in kan schrijven. Vervolgens wordt – na een korte uitvoeringsperiode – het huidige register psychotherapeut gesloten. Geen uitzonderingen, geen sterfhuis en geen ingewikkelde en tijdrovende procedures. En nooit meer discussie over inbedding, competenties, etcetera.

 

Maar laat er geen misverstand over bestaan dat de BVP  zich met hand en tand zal verzetten tegen iedere oplossing waarbij een deel van de psychotherapeuten wordt buitengesloten! Net als in 2003.


 

Minister en NIP: maak af wat jullie in 2003 hebben laten liggen! Maak de psychotherapeut specialist.

 

————————————————————  

Noten.

1. In feite ging het voornamelijk om het bestuur van het College Specialismen Gezondheidszorgpsychologen, het NIP had er - formeel - niets mee te maken. Maar uit de informatie die toen tot ons kwam maakten wij op dat er achter de schermen op bestuursniveau veel overleg heeft plaatsgevonden in welk circuit in ieder geval een deel van de NIP bestuurders zat. Strikt genomen is het dus te kort door de bocht om te zeggen dat „het NIP” alles heeft veroorzaakt, maar voor de duidelijkheid en herkenbaarheid gebruiken wij in dit manifest wel de term.

2. Instroom in het register voor GZ-psychologen ten tijde van het instellen van  het beroep in 1998 was geregeld in de  "Overgangsregeling gz-psychologen*” en de uitvoering daarvan werd gedaan door de ROG, de Raad voor de Overgangsregeling gz-psychologen. In de regeling werd gedetailleerd omschreven wie in aanmerking kwam voor (automatische) registratie. Dat waren in ieder geval alle NIP geregistreerde Klinisch-psychologen, Kinder en Jeugdpsychologen, pedagogen BBR (behandeling) en BBR (diagnostiek), pedagogen PDO en PDBO en psychologen of pedagogen die psychotherapeut waren. Saillant detail is dat ook „gewone” psychologen, pedagogen of geestelijk gezondheidskundigen met 8190 uur relevante werkervaring (ongeveer 5 jaar full-time) zonder meer in aanmerking kwamen voor registratie. Maar een ervaren psychotherapeut - die veel vooropleidingsvakken op doctoraal niveau moest hebben gedaan om uberhaupt te kunnen starten aan de opleiding  en die vervolgens de gehele opleiding tot pt-er heeft doorlopen - die geen psycholoog was kwam dus niet in aanmerking, waarbij het niet uitmaakte wat voor werk hij deed….

3. Dit is geregeld in het Besluit psychotherapeut* en wel in artikel 5. Daarin is opgenomen welke vooropleiding iemand gehad moet hebben om toegelaten te kunnen worden tot de opleiding. Maar daar blijft het niet bij: in lid 3 van dat artikel wordt gespecificeerd welke opleidingsonderdelen iemand gehad moet hebben. Dus vakken die op doctoraal niveau met succes doorlopen zijn. Het betreft de vakken persoonlijkheidsleer, psychofysiologie of psychosomatiek, psychopathologie, ontwikkelingspathologie, psychofarmacologie, cultuurgebonden psychische problematiek, sexuologie, gespreksvoering, interactietraining en een stage van 30 dagen in een ggz-instelling.

Overigens geldt een zelfde redenering voor de gezondheidszorgpsycholoog. Het besluit gezondheidspsycholoog* lijkt heel veel op het besluit psychotherapeut: ook hier wordt in artikel 5 geregeld wat de vooropleiding dient te zijn en eveneens in lid 3 wat de voorkennis moet zijn. 

4. Dit werd geregeld in het Besluit overgangsregeling klinisch psycholoog* .

5. In 1998 is niet alleen het beroep Gezondheidzorgpsycholoog een BIG beroep geworden, maar is tevens het beroep Psychotherapeut gewijzigd en op dezelfde wijze als dat van de GZ-psycholoog geregeld. Voor die tijd was het beroep psychotherapeut geregeld op basis van een Ministerieel besluit. Om precies te zijn: het "Besluit van de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur van 30 juli 1986”. Dat besluit was inhoudelijk grotendeels gelijk aan het (nieuwe) Besluit Psychotherapeut uit 1998. Waarbij ook dat oudere besluit naast de vereiste vooropleiding eveneens een groot aantal opleidingsonderwerpen benoemde die op doctoraal niveau met goed gevolg doorlopend diende te zijn. Het grootste verschil was echter dat in het oude besluit meer vooropleidingen waren opgenomen: zo kon iemand met een HBO-opleiding met VO of iemand die sociale wetenschappen had gestudeerd ook instromen (in de nieuwe - huidige - situatie kan dat dus niet meer). Waarbij de garantie dat iemand voldoende voorkennis had geregeld werd door te bepalen welke opleidingsonderwerpen doorlopen moesten worden (zie ook noot 3.). Bij het Besluit Psychotherapeut (uit 1998) was het aantal vooropleidingen dat toegang gaf tot de opleiding ingeperkt. Er was dus op dat moment een hele groep geregistreerde psychotherapeuten die een vooropleiding had die niet in de (nieuwe) lijst was vermeld. En die op grond van die nieuwe regels dus eigenlijk niet in het nieuwe register psychotherapeut in konden stromen. Dat was uiteraard heel onwenselijk. Deze groep kon niet opeens hun bevoegdheid worden afgenomen, dat zou in een rechtelijke procedure nooit stand houden. En een apart register er op na houden - bijvoorbeeld dat van "psychotherapeuten 1986” - was net zo onwenselijk. De oplossing was echter eenvoudig en de Minister maakte daar ook gebruik van. De Minister in de Memorie van Toelichting* op haar besluit: "Zij voldoen in het algemeen niet aan de opleidingseisen die zullen worden gesteld in de algemene maatregel van bestuur die uitvoering geeft aan artikel 26, eerste lid, van de wet, maar de doorsnee beroepsbeoefenaar die in vorenbedoeld register ingeschreven staat beschikt wel over een vakbekwaamheid die nagenoeg gelijkwaardig is aan de vakbekwaamheid waarover degene die aan de nieuwe opleidingseisen voldoet, zal beschikken.”  De Minister heeft op basis van deze motivering iedere „1986 psychotherapeut” toegelaten tot het nieuwe register psychotherapeut. Dus ook al had iemand niet de juiste vooropleiding. Ditzelfde wilde de Minister in 2003 ook doen toen hij alle psychotherapeuten in wilde (laten) schrijven in het register Gezondheidszorgpsychologen. En dat zou de Minister dus ook nu nog kunnen doen, in het geval hij mee gaat in de overgang van artikel 3 beroep naar een artikel 14 specialisme boven op dat van de GZ-psycholoog

Meer interesse over de ontwikkelingen uit het verleden? Lees dan dit eens, het pleidooi uit 2005 van de vorige voorzitter van de NVP Venema* voor niet alleen instandhouding van het beroep psychotherapeut maar ook om er een specialisatie van te maken. 

(*: als u op deze tekst klikt opent een nieuwe pagina)